Op zoek naar een geschikt

en betaalbaar notariskantoor?

Vergelijk de tarieven »

›› Uitzonderingen op de hoofdregels ‹‹

Wanneer er geen rechtskeuze is uitgebracht wijzen de hiervoor besproken hoofdregels het recht aan dat van toepassing is op de vererving van de nalatenschap.

Op hoofdregel 1 wordt geen uitzondering gemaakt

Op de hoofdregels 2 en 3 wordt soms een uitzondering gemaakt. Die uitzondering doet zich voor wanneer u een nauwere band heeft met een ander land dan het land dat de hoofdregel aanwijst. Zo'n nauwere band kan bijvoorbeeld economisch, maatschappelijk of emotioneel zijn. Die band moet wel heel sterk zijn. Bij elke nalatenschap moeten de concrete omstandigheden beoordeeld worden, om na te gaan of de hoofdregel danwel de uitzondering toegepast moet worden. Geen geval is hetzelfde.

Uitzondering op hoofdregel 2

Hoofdregel 2 wijst het recht van het land van de gewone verblijfplaats aan, wanneer u vijf jaar of langer in dat land uw gewone verblijfplaats had en u niet de nationaliteit van dat land had. Als uitzondering op deze hoofdregel geldt toch het nationale recht, wanneer u nauwere banden had met het land waar u de nationaliteit van had. Deze uitzondering wordt alleen in bijzondere omstandigheden toegepast.

Voorbeeld:
Een Nederlandse vrouw (25 jaar) wordt voor haar werk bij een Nederlandse bank tijdelijk voor vier jaar uitgezonden naar Portugal. Haar vriend blijft in Nederland wonen. Zij gaat iedere maand een lang weekend naar Nederland. Samen kopen zij een huis in Nederland. Haar contract in Portugal wordt met drie jaar verlengd. Naar verwachting zal zij daarna voorgoed naar Nederland komen. Zij werkt zes jaar in Portugal als zij plotseling komt te overlijden. Zij heeft ten aanzien van de vererving van haar nalatenschap geen rechtskeuze gemaakt. Welk recht is van toepassing op de vererving van haar nalatenschap?
In Nederland zal volgens hoofdregel 2 het Portugese recht van toepassing zijn, omdat de vrouw langer dan vijf jaar in Portugal haar gewone verblijfplaats had. In dit geval zijn er uitzonderlijke omstandigheden aan te geven. De vrouw was jong en haar overlijden was niet te voorzien, zij zou voor een tijdelijke periode in Portugal blijven, zij had een sociaal leven in Nederland en was van plan naar Nederland terug te keren. Volgens de uitzondering is in dit geval het Nederlandse recht van toepassing, omdat de vrouw nauwere banden had met Nederland dan met Portugal (Let op: zou de vrouw vermogen in Portugal hebben, dan zullen de Portugese autoriteiten van andere regels uitgaan en kunnen tot een andere conclusie komen).

Stel dat deze vrouw nauwere banden met Spanje had: zij had een Spaanse vriend, was regelmatig in Spanje, bezat met hem daar een flat en een bankrekening. Is Spaans recht vanwege haar nauwere banden met Spanje van toepassing? Neen, in dit geval is de uitzondering niet van toepassing. De vrouw heeft immers niet de Spaanse nationaliteit. De uitzondering geldt alleen voor het nationale recht. In zo'n geval is hoofdregel 2 van toepassing en is dus het Portugese erfrecht van toepassing. Er is geen plaats voor de uitzondering (Let op: zou de vrouw vermogen in Spanje hebben, dan zullen de Spaanse autoriteiten van andere regels uitgaan en kunnen tot een andere conclusie komen).


Uitzondering op hoofdregel 3

Hoofdregel 3 wijst het nationale recht aan wanneer u op het moment van overlijden minder dan vijf jaar uw gewone verblijfplaats in een bepaald land had, terwijl u niet de nationaliteit van dat land had. Wanneer u echter nauwere banden had met een ander land, dan wordt als uitzondering het recht van dat andere land toegepast. Dat andere land kan het land van uw gewone verblijfplaats zijn, maar ook nog een ander land.

Voorbeeld:
Een Luxemburgse vrouw, geboren in België, woont twee jaar in Nederland als zij komt te overlijden. Zij heeft ten aanzien van de vererving van haar nalatenschap geen rechtskeuze gemaakt. Welk recht is van toepassing op de vererving van haar nalatenschap?


In Nederland is volgens hoofdregel 3 het Luxemburgse erfrecht van toepassing, omdat zij minder dan vijf jaar in Nederland woonde. Zij had echter nauwere banden met België: tot aan haar verhuizing woonde zij in België, zij was met een Belg gehuwd, zij had nog bezittingen in België, haar kinderen en kleinkinderen woonden in België en zij ging regelmatig naar België. Omdat zij deze nauwere banden met België had, wordt als uitzondering het Belgische recht toegepast, ook al had zij niet haar laatste gewone verblijfplaats in België en had zij niet de Belgische nationaliteit (Let op: zou de vrouw vermogen in België hebben, dan zullen de Belgische autoriteiten van andere regels uitgaan en kunnen tot een andere conclusie komen).

Voorbeeld:
Een Nederlandse man emigreert met zijn gezin naar Canada. In Nederland houdt hij met zijn broer nog land aan voor het geval de emigratie niet lukt. Hij begint in Canada een boerenbedrijf. Omdat dit al snel een succes wordt en het gezin goed aardt in Canada, vraagt de man na 3 jaar de Canadese nationaliteit aan. Dan komt hij plotseling te overlijden. De Canadese nationaliteit was wel aangevraagd, maar nog niet verkregen. Hij heeft ten aanzien van de vererving van zijn nalatenschap geen rechtskeuze gemaakt. Welk recht is op de vererving van zijn nalatenschap van toepassing?

In Nederland is volgens hoofdregel 3 het Nederlandse erfrecht van toepassing, omdat hij minder dan vijf jaar zijn gewone verblijfplaats in Canada had. De uitzondering wordt echter toegepast omdat de man nauwere banden had met Canada: hij woonde en werkte in Canada, had de Canadese nationaliteit aangevraagd en was niet van plan naar Nederland terug te keren. (Let op: zou de man vermogen in Canada hebben, dan zullen de Canadese autoriteiten van andere regels uitgaan en kunnen tot een andere conclusie komen).