Op zoek naar een geschikt

en betaalbaar notariskantoor?

Vergelijk de tarieven »

Het Haags erfrechtverdrag 1989

Bij de toepassing van de regels van het Haags Erfrechtverdrag 1989 is de overlijdensdatum van de erflater van doorslaggevende betekenis.
Als de overlijdensdatum op of na 1 oktober 1996 valt, gelden altijd de regels van het verdrag van 1989.
Voor deze gevallen is deze informatie van belang. Indien de overlijdensdatum vóór 1 oktober 1996 viel, gelden de regels van het verdrag niet. Uw (kandidaat-)notaris kan u informeren welke regels dan wel van toepassing zijn.

De regels van het Haags Erfrechtverdrag 1989 geven aan welk recht (het Nederlandse recht of het recht van een ander land) van toepassing is op de vererving van een nalatenschap die op of na 1 oktober 1996 is opengevallen of zal openvallen, zowel in het geval dat u een testament heeft gemaakt als in het geval dat u dat niet heeft gedaan. Het verdrag is op een aantal zaken niet van toepassing. Het verdrag geeft niet aan welke formaliteiten in acht moeten worden genomen voor het opstellen van een testament (daarvoor bestaat een ander verdrag).
Het verdrag geeft ook niet aan of u bekwaam bent om een testament te maken. Het verdrag regelt evenmin vragen die rijzen over de gevolgen van een huwelijk voor uw vermogen en het vermogen van uw echtgenoot.
Het verdrag is ook niet van toepassing op zogenaamde trusts, op pensioenregelingen, verzekeringsovereenkomsten, of op verblijvingsbedingen waarbij de eigendom van de ene mede-eigenaar op de andere kan overgaan.

Daarnaast geeft de Wet Conflictenrecht Erfopvolging aan dat uw nalatenschap volgens Nederlands recht moet worden vereffend wanneer uw laatste verblijfplaats in Nederland lag. Onder vereffening wordt iets anders verstaan dan vererving. De vererving geeft aan wie uw erfgenamen zijn. Met vereffening wordt onder meer bedoeld hoe uw erfgenamen uw nalatenschap kunnen aanvaarden of verwerpen, hoe zij in uw testament kunnen berusten en wanneer zij voor schulden die u had, aansprakelijk zijn.

 

De hoofdregels van het verdrag
Vóór alles geldt dat het recht van toepassing is dat u zelf heeft gekozen. Het verdrag geeft u de mogelijkheid van een rechtskeuze. Als u geen rechtskeuze heeft gemaakt of als uw rechtskeuze ongeldig blijkt te zijn, dan bepalen de regels van het verdrag welk recht van toepassing is op uw nalatenschap. Het verdrag kent drie hoofdregels. Wanneer welke regel wordt gebruikt, wordt hierna besproken. Maar eerst nog het volgende:

In de regels van het verdrag wordt de term 'gewone verblijfplaats' gebruikt. Uw gewone verblijfplaats is niet helemaal hetzelfde als de plaats waar u woont. De feitelijke omstandigheden bepalen waar u uw gewone verblijfplaats heeft. Een belangrijk aspect hierbij is de bedoeling van uw verblijf. Een vakantie of een verblijf voor korte duur in het buitenland, bijvoorbeeld voor werk of studie, maakt niet dat u daar uw gewone verblijfplaats heeft.

Voorbeeld:
Een Nederlandse man woont en werkt in Rotterdam. Hij wordt door zijn bedrijf voor 6 maanden overgeplaatst naar New York, waar zijn bedrijf óók een kantoor heeft. Zijn vriendin blijft in Den Haag wonen. De man houdt zijn huis in Rotterdam aan. Hij woont in New York maar Rotterdam blijft zijn gewone verblijfplaats. Na dit half jaar wordt de man aangeboden voor onbepaalde tijd te blijven werken op het kantoor in New York. Hij accepteert dit aanbod. Zijn vriendin zegt haar baan op en vestigt zich ook in New York. Zij zeggen ieder de huur op. New York is dan de gewone verblijfplaats van de man. Ook voor de vriendin wordt New York haar gewone verblijfplaats.

Hoofdregel 1

Hoofdregel 2

Hoofdregel 3 

Uitzonderingen op de hoofdregels